Opmerkingen
Toelatingsexamen voor de HBS
Van 1930-'33 woonden we in Bandjermasin, aan de zuidoostkust van Borneo. De huizen en tuinen waren ouderwets ruim. Onze tuin grensde achter aan het huis van de fam. Hols. Hols was hoofd van de lagere school en had 4 kinderen. De jongste dochter Bettie zat bij mij in de klas. Je zou denken "wat leuk", maar we hebben nooit met elkaar gespeeld. Het boterde kennelijk niet zo tussen de vaders, hoewel beide bij het onderwijs zaten. De school was 7-jarig. Ik zat in 't zesde leerjaar, toen m'n vader me begin 1933 van school nam (er was geen leerplicht) en me een paar maanden particulier onderwijs gaf, als voorbereiding op het eindexamen van de zevende klas. Ik zou dan in augustus '33 naar een HBS op Java kunnen. Het ging naar wens. Ik slaagde natuurlijk. Ik wil vooropstellen, dat ik me nergens toe gedwongen voelde, ook maar iets van dwang ontbrak (dat kwam pas jaren later, in de puberteit, toen ik dwars lag, slecht presteerde met een stel goede hersens). Heer Hols vond het nodig naar het Ministerie van Onderwijs te schrijven, dat hij me nog ongeschikt achtte voor de HBS!! Ik moest alle vakken (Nederlands, Rekenen, Geschiedenis, Aardrijkskunde) mondeling overdoen. Dat was een rotstreek, want dat kon niet in Bandjermasin. Ik zou naar Soerabaja (op Java) moeten! Afgezien van alle kosten (al kon ik wel voor half geld reizen, was nog geen 12 jaar): met een coasterboot 2 dagen en nachten onderweg. Ik herinner me de vreselijke eenzaamheid aan boord nog steeds! Ik werd opgevangen door een domineesgezin en heb zonder stress alle vakken overgedaan en slaagde weer. M'n ouders (plus enorme aanhang, het was sensatie) wachtten natuurlijk vol spanning. Maar het was een inheemse feestdag en een telegram sturen was onmogelijk. En bijna 75 jar geleden was daar nog geen telefoon. Ze zaten dus in enorme spanning. Heer Hols had een baard. De groep wachtenden had tegen m'n ouders gezegd: "als ze niet slaagt scheren we Hols z'n baard af". Dat was niet nodig. We konden direct plannen maken om naar Malang, een bergstadje op Oost-Java te verhuizen. Mijn vaders wraak was zoet. Tot de grote vacantie moest ik gewoon weer naar school. Ik wist, dat ik de vrije hand had gekregen in meester pesten. Stond bijna elke dag buiten op de gang en pestte daar rustig verder. Dat kon daar makkelijk, want de school was een open houten gebouw. (E.Schreuder-Wijmenga, 15-11-2007)
Later van beroep onderwijzeres.